Er zijn vier punten in elk crisisplan die het crisisteam niet zelf kan vaststellen. Niet omdat ze ingewikkeld zijn – ze zijn in tien minuten geregeld – maar omdat ze over de bevoegdheid van de directie zelf gaan. Zolang ze niet zijn uitgesproken, blijven ze open, en dan komen ze bovendrijven op het slechtst denkbare moment: tijdens een verstoring, om half zeven ’s ochtends, met een halve bezetting.
Voor de directie is het crisisplan daarom geen document om kennis van te nemen, maar een plek waar vier antwoorden in horen te staan. Hieronder staan ze, met de reden waarom ze in het plan thuishoren en niet in een geheugensteun bij iemand in de la.
Directie en crisisplan: vier punten die u zelf vaststelt
- Welke besluiten blijven bij ons – en welke gaan naar het crisisteam? Benoem concreet welke besluiten voorbehouden blijven: bijvoorbeeld het stilleggen van een dienst, een publieke verklaring, of een toezegging met financiële gevolgen boven een bepaalde omvang. Alles wat niet in die lijst staat, ligt bij het team – en dat is de bedoeling.
- Wie vervangt ons als we niet bereikbaar zijn – met naam? Niet “een ander directielid”, maar een naam, met een tweede naam erachter. Regel dit ook voor avonden, weekenden en vakantieperiodes, en spreek af hoe het team vaststelt dat iemand daadwerkelijk onbereikbaar is.
- Hoe snel verwachten we het eerste situatiebeeld – en in welke vorm? Een termijn en een vorm: binnen zoveel tijd na opschaling, in een vast format van een halve pagina. Zonder die afspraak levert het team ofwel te vroeg een onvolledig beeld, ofwel te laat een perfect beeld.
- Wie is eigenaar van de openstaande acties, en aan wie rapporteert die? Eén naam, met een vast moment waarop hij terugkoppelt. Dit is het punt dat na afloop van een incident het vaakst onbelegd blijft, waardoor verbeterpunten blijven liggen tot de volgende keer.
Vier vragen, tien minuten, één regel in het verslag. Dat is de hele investering. De antwoorden zijn bovendien zelden controversieel; wat ontbreekt is niet overeenstemming, maar het moment waarop ze hardop worden uitgesproken.
Waarom het team dit niet voor u kan invullen
Een crisiscoördinator kan een voorstel schrijven, en dat is ook de snelste route. Maar hij kan niet vaststellen welke besluiten de directie aan zichzelf houdt, en hij kan al helemaal niet bepalen wie een directielid vervangt. Doet hij dat toch, dan ontstaat een plan met aannames die pas tijdens een verstoring blijken niet te kloppen – precies op het moment waarop niemand tijd heeft om ze te herstellen.
Er is ook een omgekeerd risico. Blijft de verdeling onbesproken, dan kiest het team in het moment voor de voorzichtige route en legt alles voor. Het gevolg is een directie die overspoeld wordt met besluiten die niet bij haar horen, terwijl de twee die er wél toe doen tussen de rest verdwijnen. Waarom te veel akkoordpunten het tempo eruit halen, leest u in vijf beslisvragen voor crisisteam en directie.
Hoe u dit op de agenda van het directieoverleg krijgt
Zet het niet op de agenda als “bespreking crisisplan”. Dat leest als een document van vijftig pagina’s en verhuist naar de volgende vergadering. Zet er één regel neer: vier vragen over bevoegdheid bij verstoringen, tien minuten, besluitvormend.
Lever de vier vragen vooraf aan, met per vraag een voorstel dat al is ingevuld. Een directie die kan corrigeren, beslist sneller dan een directie die moet bedenken. Voeg er één zin aan toe over de aanleiding – een oefening, een audit, een incident bij een ketenpartner – zodat duidelijk is waarom het nu aan de orde is.
Laat de uitkomst als besluit in het verslag opnemen, niet als bespreekpunt. Die ene regel maakt het navolgbaar en voorkomt dat de vraag over een half jaar opnieuw wordt gesteld. Voor bestuurders is dat ook praktisch: onder NIS2 ligt de verantwoordelijkheid voor risicobeheersing uitdrukkelijk bij het bestuur, en een vastgelegd besluit over bevoegdheden past in dat beeld. Een vergelijkbare aanpak voor het akkoord op oefeningen en trainingen beschrijven wij in de trainingsbeslissing voorleggen aan de directie.
Waarom de antwoorden in het plan horen
Het grootste deel van dit soort afspraken leeft in de hoofden van drie of vier mensen. Zolang die mensen er zijn, werkt dat. Vertrekt er één, of is hij juist op dat moment niet bereikbaar, dan bestaat de afspraak niet meer – want een geheugensteun in iemands notities is niet vindbaar voor degene die om half zeven het plan openslaat.
Zet de antwoorden daarom in het document zelf, bij de rol waar ze horen, met een versiedatum. Dan gaan ze mee bij een functiewisseling, staan ze op de plek waar iemand ze zoekt, en kunt u bij een audit of evaluatie laten zien dat de bevoegdheidsverdeling niet in het moment is bedacht.
Volgende stap: de vier antwoorden in uw document
Wilt u deze vier punten vastleggen op een manier die aansluit bij uw bestaande plan en uw eigen governance? Wij werken met directies en crisiscoördinatoren aan crisisplannen en besluitvormingsdocumentatie: welke besluiten waar liggen, met welke grenzen, en waar ze terechtkomen zodra ze genomen zijn. Neem contact op om een sessie in te plannen.
Veelgestelde vragen
Onze directie wisselt regelmatig. Moeten wij dit telkens opnieuw doen?
Ja, maar het kost dan minder tijd. Maak het onderdeel van de inwerkperiode: de vier antwoorden doornemen en bevestigen duurt bij een nieuwe bestuurder een kwartier. Noteer daarbij de datum van bevestiging, zodat zichtbaar blijft hoe actueel de afspraak is.
Wat als de directie geen lijst met voorbehouden besluiten wil vaststellen?
Draai het dan om en begin bij het team: welke besluiten wil het team zelfstandig kunnen nemen, met welke grens? Een lijst van onderop is vaak makkelijker te bespreken en leidt tot hetzelfde resultaat.
Hoort dit niet gewoon in de statuten of het bestuursreglement?
Een deel van de bevoegdheden ligt daar inderdaad al vast, en dat blijft leidend. Het crisisplan vertaalt dat naar het moment: wie beslist nú, binnen welke termijn. Laat uw juridische afdeling de aansluiting tussen beide toetsen.

